Dankzij de "light" producten zou de consument zich vanaf heden helemaal mogen laten gaan. De uitstalling in de rekken is overduidelijk: je mag onbeperkt chips, fijne vleeswaren, roomijs, desserts, chocolade enzovoort eten... op voorwaarde dat er LIGHT op staat. Vermeldingen zoals "O%" of "met maar x% vet" blijven de consumenten maar misleiden, want de voedingswaardetabel wijst heel vaak uit dat het verminderde vetgehalte wordt gecompenseerd door een grotere dosis suiker (voor de smaak), wat de inspanning op het vlak van de vetstoffen teniet doet en uiteindelijk een hypercalorisch product oplevert!
Conclusie: Het sop is de kool niet waard, vooral doordat die light producten ook nog eens duur zijn. En de consumenten betaalt er soms meer dan het dubbel van de prijs van gelijkwaardige niet light producten voor!
Vitaminen en mineralen toevoegen mag enkel op voorwaarde dat bepaalde doseringen in acht genomen worden. Een te kleine hoeveelheid
heeft immers geen effect en een te grote dosis kan de gezondheid schaden. Dat toevoegen van vitaminen en mineralen gebeurt om diverse
redenen: voor het terug op peil brengen van hun oorspronkelijke gehalte wanneer dat tijdens het fabricageproces, de opslag of de
verwerking teruggeschroefd werd of om die voedingsproducten een interessantere voedingswaarde te bezorgen voor welbepaalde doelgroepen
die aan tekorten kunnen lijden.
De aanwezigheid van vitaminen en mineralen zet de consumenten vaak aan tot kopen, zelfs als die aanwezigheid geen enkel specifiek nut
oplevert voor de consument in het algemeen. Heel vaak wordt met geen woord toegelicht dat die voedingsproducten bestemd zijn voor een
specifieke doelgroep en als die vermelding toch op het product staat, heeft de consument een sterk vergrootglas nodig om ze te kunnen
ontcijferen.
Conclusie: De producten met toegevoegde vitaminen en mineralen leveren maar een heel beperkt nut op en dienen niet
geconsumeerd te worden zonder medisch voorschrift.
Studies die in de voorbije 15 jaar werden uitgevoerd, hebben de positieve rol aangetoond die deze antioxydanten uit de voedingsproducten spelen. De polyfenolen kunnen immers positief werken in de preventie van slechte cholesterol en van bepaalde ziekten (hart- en vaataandoeningen, diabetes, kankers, zenuwdegenererende ziekten). Je vindt deze stoffen vooral terug in groenten en fruit, maar ook in getransformeerde producten zoals chocolade, thee of wijn.
Conclusie: Deze producten kunnen qua voedingswaarde nuttig zijn.
Fytosterolen en fytostanolen zijn plantaardige stoffen die de hoeveelheid slechte cholesterol helpen verlagen. Ze worden
industrieel aangemaakt op basis van koolzaad, zonnebloem of den. Hun structuur leunt dicht aan bij die van de cholesterol. Dat
stelt ze in staat om te interfereren in de absorptie van de cholesterol ter hoogte van de dikke darm. De gunstige werking van de
fytosterolen is vooral meetbaar bij mensen die lijden aan hypercholesterolemie en die onder medische behandeling staan. Er is
echter geen enkel bewijs dat deze stoffen die de cholesterolemie met 10 à 15% terugdringen, enige invloed hebben op de preventie
van hart- en vaatproblemen en van sterfgevallen als gevolg daarvan. Anderzijds houdt hun consumptie een risico in voor mensen die
deze problemen niet hebben, voor zwangere vrouwen en voor kinderen.
Er zijn cardiologen die zich vragen stellen over de implicaties van deze plantaardige sterolen op lange termijn met betrekking
tot problemen van aderverkalking.
Conclusie: Hoewel deze producten een bijdrage kunnen leveren in het kader van een behandeling om het cholesterolgehalte
in het bloed te doen dalen, is het effect van de consumptie van deze producten op het vlak van de preventie van hart- en vaatproblemen
op heden nog niet bewezen. Ze mogen in geen geval zonder medisch voorschrift ingenomen worden. Laten we ook niet vergeten dat te veel
cholesterol te wijten kan zijn aan een combinatie van slechte gewoonten - op het vlak van de voeding en de hygiëne - waaraan iets
gedaan moet worden als men een resultaat op lange termijn wil realiseren. Bovendien kunnen er contra-indicaties aangaande deze
stoffen gelden voor bepaalde consumenten en gelet op de grote hoeveelheid producten waarin ze voorkomen, bestaat er een risico
voor overconsumptie waarvan de echte gevolgen voor de gezondheid nog niet gekend zijn (risico voor hersenkwaal, vitamine A-tekort...).
Omega 3 zijn vetzuren die in natuurlijke staat in grote hoeveelheden aanwezig zijn in vette vissoorten (makreel, haring, zalm), in de oliën van koolzaad, noten en soja en natuurlijk in de margarines die deze plantaardige oliën bevatten, maar ook in kleinere hoeveelheden in melk. Ze spelen mee in de goede werking van het hart- en vatenstelsel door de bloeddruk te verlagen bij mensen met te hoge bloeddruk en het gehalte triglyceriden te verlagen bij mensen die daar te veel van hebben. Daarnaast zouden ze goed zijn voor de hersenen (het zijn essentiële bouwstenen van de hersenen) en de omega 3 en 6, die onontbeerlijk zijn voor de psychomotorische ontwikkeling van het kind (via het zenuwstelsel en het zicht). Baby's hebben grote behoefte aan meervoudig onverzadigde vetten omdat de hersenen voor 50 à 60% uit vetten bestaan.
Conclusie: Deze producten consumeren is belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen en helpt in de preventie van hart- en vaatziekten. Aangezien ze in plantaardige oliën en vette vissoorten voorkomen, heeft de consument er belang bij om deze voedingsproducten te eten.
Probiotica zijn bacteriën zoals Bifidus, die een positieve invloed claimen op de werking van de darmflora en daardoor op de versterking van het immuunsysteem in de darmen. Maar wetenschappelijke studies hebben enkel positieve effecten aangetoond in doses die veel groter zijn dan die welke men vindt in de courante verbruiksgoederen. De voorloper van de probiotica, die wel al zijn nut bewezen heeft voor het korter laten duren van acute diarree en die de vertering van lactose vergemakkelijkt, is yoghurt. De nieuwe generaties probiotica zijn bacteriën die beter dan yoghurt bestand zijn tegen het zuur in het darmkanaal. Hun echte effect is afhankelijk van de stam, maar doordat die stammen onder brevet geplaatst zijn en commercieel "Bifidus actif essensis" of "L-casei defensis" genoemd worden zonder de wetenschappelijke naam van de stam te vermelden, is het onmogelijk om het kaf van het koren te onderscheiden. Het feit dat er over deze probiotica maar heel zelden een ernstig wetenschappelijk dossier bestaat, helpt ook al niet.
Conclusie: Yoghurt en gefermenteerde melk leveren, net als melk, voedingselementen die onontbeerlijk zijn in een evenwichtig dieet.
Plantaardige vezels zijn goed bestand tegen de vertering en de absorptie in de dunne darm en ondergaan een gedeeltelijke of totale fermentatie in de karteldarm. De fermentatie heeft een positief effect op de darmtransit. We onderscheiden twee soorten vezels, in functie van hun oplosbaarheid in water: de onoplosbare vezels (cellulose, lignines) die de transit versnellen door het volume uitwerpselen te vergroten en de oplosbare vezels (pectines, gommen) die meer of minder slijmerige oplossingen vormen. Ze maken de tijd die nodig is om de maag leeg te maken langer, geven een sneller verzadigingsgevoel, schermen voedingsstoffen af door ze minder toegankelijk te maken (ze zijn bijvoorbeeld efficiënt voor het terugschroeven van de absorptie van de slechte cholesterol - LDH, van de glucose en van de vetten) en reguleren de bloedsuikerspiegel. Het aandeel onoplosbare vezels is veel groter dan het aandeel oplosbare vezels.
Conclusie: De vezels dienen essentieel voor de darmtransit. Er wordt een consumptie van 30g vezels per dag aanbevolen.